Bij de start van vrijwel iedere triathlon zie je bijna alle triatleten van top tot teen gehuld in strakke zwarte pakken (wetsuits). Waarom eigenlijk? Het antwoord is eenvoudig: tegen de kou en om meer drijfvermogen (lees: snelheid) te hebben.

Was in de begindagen van de triathlonsport het verschijnsel ‘wetsuit’ nog nagenoeg onbekend, en dook toen het merendeel van de triatleten nog gewoon in zwembroek of badpak het water in, tegenwoordig is dat bijna omgekeerd. Wetsuits verschaffen de drager een beschermende laag tegen de kou van het water. In Nederland – met name in de triathlons in het voorseizoen – vaak geen overbodige luxe. Daarnaast zorgt het materiaal ervoor dat de zwemmer hoger in het water komt te liggen, waardoor deze minder weerstand heeft in het water. Dit laatste heeft tot gevolg dat je met dezelfde energie sneller vooruit komt, hetgeen zich uitbetaalt in tijdwinst. Dit kan al snel oplopen tot tientallen seconden op de kortere, of soms zelfs minuten tijdens de langere afstanden. Juist de technisch minder goede zwemmers hebben daar vaak het meeste voordeel van, een van de redenen waarom vrijwel iedereen die regelmatig een triathlon doet al snel kiest voor de aanschaf van zo’n pak, ondanks de kosten. Een wetsuit kost immers al snel tussen de 200 en 500 euro.

Wetsuits zijn veelal gemaakt van neopreen, een rubbersoort die sterk lijkt op een gatenkaas. Veel van die kleine luchtkamertjes in het pak lopen bij het te water gaan vol, en zorgen voor een constante ‘stilstaande’ waterlaag om het lichaam die al snel de lichaamstemperatuur aanneemt. Daardoor dringt de kou van het omringende water niet meer door tot je lichaam, waardoor – belangrijk bij watertemperaturen onder de 16 graden – het risico van onderkoeling verdwijnt.

Wetsuits zijn er globaal gesproken in twee soorten: het mouwloze pak (de zgn. ‘Longjohn’) en het pak met mouwen (ofwel ‘Fullsuit’ of ‘Steamer’).
De Longjohn is veelal de keuze van de betere zwemmers. Zij zijn van nature vaak al behept met een goede ligging in het water en hebben het extra drijfvermogen minder hard nodig. De Longjohn heeft als groot voordeel dat deze de zwemmer absoluut niet belemmert in zijn slag. Bovendien is het door het ontbreken van mouwen vaak net iets sneller uit te trekken.

De meeste triatleten kiezen voor een fullsuit. Dit pak is vaak warmer dan een Longjohn (in de Nederlandse wateren vaak geen overbodige luxe) en heeft ook iets meer drijfvermogen. Een klein nadeel is dat de armen iets minder vrij kunnen bewegen.

Reglementair mag een wetsuit op het lichaam maximaal 5 mm dik zijn. Er zijn ook dunnere pakken te verkrijgen, maar deze hebben – logisch – minder isolerend vermogen en minder drijfvermogen. Op de armen mag de dikte maximaal 3 mm zijn. Bij diverse pakken is de dikte op de onderbenen ook vaak 3 mm om het uittrekken te vereenvoudigen.

De gouden regels bij het uitzoeken van een geschikt wetsuit zijn: pasvorm, pasvorm en pasvorm. Een pak moet als een tweede huid om de zwemmer heen sluiten. Als een wetsuit te strak zit, wordt je belemmerd in je beweging en je ademhaling (om van het uittrekken nog maar even te zwijgen). Een te los zittend wetsuit verliest echter direct zijn isolerende eigenschappen, omdat je bij het zwemmen dan bij iedere slag vers (lees: koud) water tussen pak en huid binnen schept. Daarnaast levert dat extra weerstand op, en dat vertaalt zich ook in minder snelheid. Het kan zelfs zo zijn dat je met een ruim zittend pak zelfs langzamer zwemt dan zonder.

Goed passen van meerdere merken wetsuits is daarom geboden. Iedereen is immers net even anders gebouwd. Een pak moet op alle delen van je lichaam goed aansluiten. Het pak mag nergens echt ‘ruim’ zitten, ook niet in de holte van je rug of op je taille. Op het droge betekent dat dat het enigszins strak moet zitten. In het water wordt het pak iets soepeler en ruimer. Er mag bij het zwemmen geen water via de armen of de nek naar binnen stromen. Maar tegelijkertijd moet je ook erop letten dat het pak in de schouders ruim en flexibel genoeg is om je niet te zeer te belemmeren in je zwemslag. Let ook goed op de sluiting rond de nek. Deze plek is berucht omdat daar snel schuurplekken kunnen ontstaan. Wees niet te snel tevreden met een pak, maar kies ‘m met zorg uit.

In de afgelopen jaren is er door de producenten van wetsuits heel veel gesleuteld aan het pak, de pasvorm en het drijfvermogen. Om zoveel mogelijk bewegingsvrijheid te creëren, zijn de tegenwoordige pakken allemaal uit vele kleine stukken neopreen samengesteld. Deze stukken worden veelal aan de buitenzijde aan elkaar gelijmd en aan de binnenkant gestikt en afgetaped. Op punten waarop veel kracht komt te staan (bv. onderaan de rug, bij de rits) worden ze nog extra verstevigd. Iedere producent heeft zo zijn ‘eigen’ technische innovaties. Er zijn daarom ook grote verschillen tussen de verschillende merken in bv. soepelheid of van het neopreen, duurzaamheid (van sommige merken is het neopreen erg teer), afwerking van bv. de nek etcetera. Ook de verschillen die dat geeft bij het aan- en (belangrijker) uittrekken van het pak kunnen enorm zijn.

Tot slot nog een tip: gebruik nooit vaseline om bv. je nek te beschermen tegen schuurplekken of om daarmee makkelijker uit je pak te komen. Vaseline tast op den duur zowel de kwaliteit van het neopreen als de sterkte van de lijmverbindingen aan. Niet gebruiken dus. Als je toch sneller uit je pak wilt komen, kun je beter polsen en enkels inwrijven met wat baby-olie.