De Zoladz-test is nog redelijk onbekend bij het grote sportpubliek,
maar ook bij veel trainers en begeleiders. Dit artikel beantwoord enkele veelgestelde vragen over de Zoladz-test.

Wat betekent de afkorting Zoladz?
Zoladz is geen afkorting maar staat voor de naam van de persoon die de test heeft ontwikkeld: de Poolse inspanningsfysioloog Jerzy Zoladz.

Wat is het doel van deze test?
Bijv. bepaling lactaatdrempel, kijken naar verschuivingen in de lactaatcurve, etc.

Het doel is het vinden van de lactaatdrempel (het “omslagpunt”) bij een atleet. Feitelijk is de test niets anders dan een stappentest waarbij gewerkt wordt met stappen van 6 minuten (wordt wetenschappelijk het meest geaccepteerd als minimale tijdsduur voor het bereiken van een lactaatsteadystate) en waarbij de HF als maat voor de sturing van de inspanningsintensiteit tijdens de test wordt gebruikt. De test kan zowel met als ook zonder lactaatbepaling worden gedaan. Indien de test met lactaatbepaling wordt gedaan dan is
het mogelijk om verschuivingen in de lactaatcurve te herkennen. Het vinden van een lactaatdrempel is afhankelijk van de individuele curve van de atleet. Soms kan nauwkeurig een lactaatdrempel worden gevonden terwijl in andere gevallen deze interpretatie afhangt van de ervaring van de persoon die de interpretatie doet en de aanvullende gegevens die de trainer / atleet heeft.

Is de test wetenschappelijk onderbouwd?
Jerzy Zoladz heeft hier uitgebreid wetenschappelijk onderzoek mee gedaan. Zowel laboratoriumtesten als veldtesten. Hij suggereert zelfs ook uitspraken over de VO2-max en de loopefficiëntie in de verschillende inspanningsgebieden te kunnen doen maar hiervoor gebruikt hij computeranalyses. Helaas is er nog vrijwel geen aanvullende wetenschappelijke informatie te vinden. In Nederland heeft de Atletiekbond (KNAU) Zoladz enkele malen naar Nederland laten komen om zijn test te laten verduidelijken.

Op basis van welke resultaten uit de test worden uitspraken gedaan m.b.t. verbeteringen of verslechteringen van de trainingstoestand?
Uit de vergelijking van gelopen afstanden in de verschillende ’zones’ kan uitspraak worden gedaan over verschuivingen in de verschillende inspanningsgebieden. Indien er ook lactaat wordt gemeten dan kan dit als extra parameter worden gebruikt om aan de hand van de curve de actuele trainingstoestand van de atleet te bepalen.

Hoe wordt de lactaatdrempel bepaald?
Door interpretatie van de verkregen curve.

Hoe wordt de test geïnterpreteerd? Bestaan hier regels, normen of protocollen voor?
De test is een evaluatiemoment om de gevolgde trainingsaanpak te evalueren. Meer afstand in bijv. zone 1 en 2 betekent een verbetering van de efficiëntie in het laag aërobe inspanningsgebied. En of die verbetering nu tot stand komt door een meer efficiënte substraatgebruik, grotere aanvoer van substraten, verbeterde doorbloeding of een verbetering van de neuromusculaire aansturing zal moeilijk te bepalen zijn.

Wat is de relatie tussen de hartfrequentie, het lactaat en de behaalde afstand?
Met andere woorden: welke van de drie is de onafhankelijke en welke zijn de afhankelijke variabelen? Of moet het misschien gezien worden als de relatie hartfrequentie-lactaat en hartfrequentie-afstand? En loopsnelheid-lactaat (hoewel de afstand wordt bepaald is dit, doordat er 6 minuten wordt gelopen direct de snelheid waarmee wordt gelopen dus het is beter om over snelheid dan over afstand te spreken.)

Welke variabelen wil je überhaupt constant houden bij een inspanningstest?
Loopsnelheid is een resultante van energie leverende processen, mate van inspanning als input en neuromusculaire variabelen. HF is de weergave van die input. Lactaat is (slechts) een weergave van de energieleverende processen. Zoals de HF mede afhankelijk is van mate van vermoeidheid en in mindere mate ook van temperatuurinvloeden is de hoogte van het lactaat mede afhankelijk van de beschikbaarheid van de nodige substraten. De vraag bij elke test is voor welke constante je kiest. Bij de Zoladztest wordt er gekozen voor de HF als constante.

Wat is de waarde van lactaatgegevens als de te lopen afstand niet vaststaat?
Of worden de lactaatgegevens alleen gebruikt om de lactaatdrempel te bepalen? Met andere woorden: kunnen er uitspraken gedaan worden over de relatie tussen de lactaatwaarde en de afstand als geen van beide tijdens de test constant wordt gehouden? Lactaat wordt geproduceerd per tijdseenheid en is afhankelijk van de hoogte van de inspanning. Je kunt je afvragen of je wel een eerlijke uitspraak doet over het verloop van een lactaatcurve als je in het begin van de test over een periode van bijvoorbeeld 8 minuten (= 1600 mtr. in 12 km/uur) meet terwijl je later over een periode van 4’56 (1600 mtr. in 19,5 per uur) meet.
De Zoladztest gaat in ieder geval uit van vaste tijdintervallen en de stappen tussen de verschillende inspanningsblokjes zijn ook steeds even groot: 10 hartslagen.

Tot slot
De Zoladztest is een test die niet alleen met lactaatbepaling behoeft te worden gedaan. De atleet kan de test ook alleen op HF doen en de gelopen afstand registreren. Zo krijgt hij / zij op eenvoudige wijze een snel inzicht in de verschillende inspanningsgebieden; van laag aëroob tot anaëroob (een inspanning tot 10 slagen onder HF-max is vrijwel zeker anaëroob en zal in de meeste gevallen ook rond de VO2-max aan liggen). De atleet kan op deze manier de test ook zelfstandig doen.

Lees ook onze andere artikelen over de verschillende testen die er zijn:

Wat is de 220-test?
Wat is de Ademfrequentietest?
Wat is de Conconi-test?
Wat is de VIAD-test?
Wat is de lactaattest?
Wat is de Maximale Hartslagtest?
Wat is de RQ-test?
Wat is de ‘anaerobe drempel’?