Atleten zijn vaak bang dat ze niet hard genoeg trainen, waardoor ze de neiging hebben niet naar hun lichaam te luisteren. Eigenlijk zou de atleet zichzelf voorafgaande aan elke training moeten afvragen of hij zich na de vorige trainingen wel goed hersteld voelt. En zich tijdens de training moeten afvragen hoe zwaar de training aanvoelt. Hierbij kan ook een rol zijn weggelegd voor de trainer. Als trainer en atleet goed op elkaar zijn ingespeeld, dan kan de trainer al veel aflezen aan de wijze waarop de tempo’s worden uitgevoerd of hoe de duurloop eruit ziet, en hoeveel moeite het de atleet kost de opgegeven tijden te halen.

Een goed hulpmiddel (voor zowel de atleet als de trainer) is het bijhouden van een trainingslogboek. Naast het aantal trainingen en de inhoud/omvang/intensiteit daarvan, kun je daar ook veel andere informatie over kwijt, zoals harslagwaarden (als je een hartslagmeter gebruikt), rustpols, gewicht, slaap- en eetgewoonten, losse notities (fysieke gevoelend, motivatie etc.), weersomstandigheden, gebruikte materialen, en eventueel GPS-routes.

Het kan dus helpen bij het voorkomen van blessures en het optimaliseren van je trainingsschema. Maar ook als er eenmaal een (overbelastings)blessure is ontstaan, kan een trainer of een sportarts mogelijk betere conclusies trekken over de aard en ernst van de blessure.

Diverse gadgets als hartslagmeters en GPS-trainers kunnen hun gegevens al eenvoudig uploaden naar trainingssoftware. Dit kunnen generieke producten zijn van de fabrikant, of losstaande programma’s (op je eigen computer, smartphone of online). In een aantal gevallen is het niet alleen nuttig om deze gegevens systematisch te verzamelen, maar het kan – los van het trainingstechnische of medische nut – ook gewoon leuk zijn om langs deze weg je verrichtingen te kunnen volgen en terug te kijken, of zelfs te vergelijken met anderen.

Maar er is uiteraard ook niks mis met het klassiek bijhouden van je gegevens in een schriftje, of een logboek in platte tekst of Excel.