In de aanprijzingen van voedingssupllementen is het begrip ‘anti-oxidanten’ een soort van toverwoord geworden. Als je de advertenties moet geloven, dan zijn antioxidanten het antwoord op alle kwalen. Antioxidanten zijn stoffen die in staat zijn om zogeheten ‘vrije radicalen’ onschadelijk te maken. Er bestaan zowel natuurlijke als synthetische antioxidanten.

Het voert hier te ver om in te gaan op de scheikundige achtergronden van het begrip ‘vrije radicalen’. Laten we volstaan met te zeggen dat vrije radicalen door hun aard enorm reactief zijn en daardoor schade kunnen aanrichten in de cellen van ons lichaam waar ze voorkomen. Vrije radicalen komen niet alleen van buitenaf, maar zijn ook in natuurlijke vorm in het lichaam aanwezig. Bijvoorbeeld als een neven- of afvalproduct van onze eigen stofwisseling. In veel gevallen maakt het lichaam ook zelf gebruik van vrije radicalen, bijvoorbeeld witte bloedlichaampjes, die ermee bacteriën onschadelijk maken, of tijdens ontstekingsreacties.
Antioxidanten vormen de tegenhanger van de vrije radicalen. Zij moeten ervoor zorgen dat de vrije radicalen niet teveel ‘speelruimte’ krijgen. Er is dus sprake van een evenwichtssituatie tussen antioxidanten en vrije radicalen. Daar waar vrije radicalen in ons lichaam worden geproduceerd, vinden we ook antioxidanten om deze onschadelijk te maken.

Als er in het lichaam te veel vrije radicalen aanwezig zijn en/of te weinig anti-oxidanten, dan kunnen de vrije radicalen allerlei onderdelen van de menselijke cellen beschadigen. Dit kan leiden tot diverse ziekteverschijnselen, waaronder kanker. Het innemen van aanvullende anti-oxidanten is dan de oplossing, als je de advertenties mag geloven. Antioxidanten zouden helpen bij hart- en vaatziekten, kanker, reuma, grauwe staar, suikerziekte, maar ook preventief bij zware lichamelijk inspanning, stress en roken. En zeker als je intensief werkt of sport, want heeft onderzoek immers niet aangetoond dat tijdens inspanning er meer vrije radicalen ontstaan? Slikken dus!

Inderdaad is het zo dat tijdens intensieve (duur)inspanning meer vrije radicalen kunnen ontstaan, omdat de lichaamscellen veel meer zuurstof verwerken dan in rust. Andere onderzoeken geven echter aan dat er bij duurinspanning óók meer antioxidatieve enzymen aangemaakt worden, die op hen beurt de ontstane vrije radicalen weer onschadelijk maken. Er is waarschijnlijk bij inspanning sprake van een soort evenwicht in de cel tussen het ontstaan van vrije radicalen enerzijds en de aanmaak van antioxidatieve enzymen anderzijds.

Als je doorredeneert dat anti-oxidatieve enzymen aangemaakt worden als antwoord op het vrijkomen van vrije radicalen, wat zou dan het effect zijn van antioxidanten die je via voedingssupplementen tot je neemt? Zou het misschien kunnen zijn dat de productie van vrije radicalen misschien wel vermindert, maar ook de aanmaak van antioxidatieve enzymen in de cel daardoor wordt verhinderd? Het antwoord op deze vraag laat nog op zich wachten.

Aan de andere kant kunnen er ook nog enkele bezwaren en gevaren kleven aan het slikken van extra anti-oxidanten.

  • Sommige antioxidanten kunnen onder bepaalde omstandigheden juist fungeren als pro-oxidant en daarmee dus juist méér schade aanrichten. Voor iemand die een probleem heeft met de opslag van ijzer, met name wanneer er te veel ijzer wordt opgeslagen, zal vitamine C niet fungeren als anti-oxidant, maar als pro-oxidant!
  • Er zijn veel verschillende soorten vrije radicalen en die worden allemaal onschadelijk gemaakt door specifieke antioxidanten. Dus niet elke antioxidant is werkzaam tegen alle vrije radicalen.
  • Antioxidanten werken zelden alleen en juist vaak in vaste combinaties. Het schadelijke onderdeel van een vrije radicaal wordt alleen maar ‘afgepakt’ door antioxidant A, die daardoor ook verandert in een – zij het zwakkere – vrije radicaal en deze geeft dat onderdeel altijd alleen maar door aan antioxidant B, die dan op zijn beurt ook weer verandert in een – nog zwakkere – vrije radicaal. Vaak zijn er wel twee of drie antioxidanten nodig om de werking van een vrije radicaal op deze manier echt onschadelijk te maken.
  • Een antioxidant kan onder laboratorium-omstandigheden misschien uitstekend zijn werk doen, maar het is maar de vraag of de antioxidant in dat pilletje of capsuletje dat men slikt, daadwerkelijk in voldoende mate op de plaats van bestemming komt.

Kortom: het beeld van vrije radicalen als ‘slecht’ en anti-oxidanten als ‘goed’ is erg ongenuanceerd. Het nut van bijslikken van antioxidanten is niet bewezen. In principe krijgt men als men gezond eet voldoende antioxidanten binnen. Antioxidanten zitten ondermeer in citrusvruchten en kiwi’s, knoflook, groene thee, rode wijn, veel met name rode of paarse vruchten (druiven, kersen, bosbessen, aalbessen), en rode groente (bieten, rode kool, rode paprika). Verder komen sterke antioxidanten voor in specerijen als geelwortel (in curry), saffraan en echte vanille.

Meer informatie:
Sport Dietary Supplements Update

Meer lezen over voeding?
Wat is orthomoleculaire voeding?
Wat moet ik eten tijdens het sporten?
Is het verstandig om glycerol te gebruiken bij warm weer?
Voeding en duursport, inleiding in de voedingsleer
Voedingsbestanddelen en prestatie
Voedingstips tijdens lange duurinspanningen