Het lichaam heeft enkele stofwisselings-systemen tot zijn beschikking om energie voor (sport)inspanningen te leveren. Bij duursporten zijn de meest belangrijke de aerobe stofwisselingssystemen. Het meestgebruikte systeem zet met behulp van ingeademde zuurstof (vandaar de term aeroob) glucose om in energie, water en kooldioxide. Dit aerobe systeem kan de vraag naar energie aan tot een bepaald intensiteitsniveau. Boven dat niveau is de hoeveelheid gevraagde energie (binnen een bepaalde tjdseenheid) groter dan het aerobe systeem kan leveren.

Om toch aan de gevraagde energiebehoefte te kunnen voldoen, zal het lichaam dan in toenemende mate zijn toevlucht nemen tot anaerobe stofwisselingssystemen. Deze anaerobe systemen hebben als voordeel dat zij sneller energie kunnen leveren dan het aerobe systeem, en dat zij dat kunnen doen in afwezigheid van zuurstof (vandaar de term an-aeroob). Nadeel van de anaerobe systemen is dat de omzetting van glucose niet volledig is. Dit wil zeggen dat glucose niet volledig wordt afgebroken tot water en kooldioxide, maar tot bijvoorbeeld melkzuur ofwel lactaat. Dit melkzuur is een reststof van de anaerobe omzetting en het lichaam kan daar op dat moment verder weinig meer mee dan afvoeren naar de lever. Bij hoge intensiteiten hoopt melkzuur zich op in de spieren, en men vermoedt dat de ‘verzuring’ die optreedt in de spieren bij hoge inspanningen te maken hebben met melkzuur-ophoping in de spieren.

Bij elke sport-intensiteit hoort een bepaalde energiebehoefte. Bij de anaerobe drempel (AND) is de zuurstof-opname nog net toereikend om (via de aerobe systemen) in de energiebehoefte te voorzien. De ademhaling is al behoorlijk snel en diep. De anaerobe energiesystemen worden door het lichaam nog nauwelijks aangesproken.

Voor duursporters is het zaak om zo veel mogelijk en zo lang mogelijk gebruik te maken van de aerobe stofwisselingssystemen. Verbetering van het aerobe stofwisselingssysteem van glucose is één van de belangrijkste doelstellingen van de training. Immers: hoe langer je daarvan gebruik kunt maken, en hoe beter dit systeem werkt, des te langer en sneller kun je een duurprestatie leveren. Duurtrainingen zijn bedoeld om het aerobe stofwisselingssysteem en de glucose-opslag en -transport lang en efficient aan te kunnen spreken. Intensievere trainingen zijn er ondermeer op gericht om de AND naar boven te verleggen, zodat je met gebruikmaking van de aerobe systemen tóch een hogere snelheid kunt bereiken.

Om te bepalen of de AND in een bepaalde trainingsperiode inderdaad wordt verlegd, kan men gebruik maken van verschillende testmethoden, zoals de RQ-test, de VIAD-test, de lactaattest of de Zoladz-test.

Lees ook onze andere artikelen over de verschillende testen die er zijn:

Wat is de 220-test?
Wat is de Ademfrequentietest?
Wat is de Conconi-test?
Wat is de VIAD-test?
Wat is de lactaattest?
Wat is de Maximale Hartslagtest?
Wat is de Zoladz-test?
Wat is de RQ-test?