Bianca van Dijk wint de loodzware EmbrunMan van 2000

Bianca van Dijk wint de loodzware EmbrunMan van 2000

Triatleten vragen bij het beoefenen van hun sport veel van hun lichaam. Om te kunnen presteren is een gezond en uitgebalanceerd voedingspatroon essentieel. Oud-triatlete Bianca van Dijk weet daar alles van. Zij kwam er pas nadat ze gestopt was achter dat de destijds gangbare ideeën over voeding en presteren haar topsportcarrière geen goed hadden gedaan. Ze raakte als triatlete snel oververmoeid en kon haar lichaam nooit maximaal belasten. “Het is jammer dat ik de kennis die ik nu heb toen niet had. Nu wil ik jonge sporters behoeden voor de fouten ik heb gemaakt.”

Bianca van Dijk zette in 2005 – het jaar dat ze de triathlon van Stein won – na vijftien jaar een punt achter haar topsportcarrière. Een combinatie van factoren – ondermeer het feit dat ze vond dat ze te weinig energie overhield voor het leven buiten de sport – brachten haar tot die beslissing. “Achteraf gezien kun je wel zeggen dat ik een burn-out had toen ik stopte. De belastbaarheid van mijn lichaam was al nooit erg groot en dat is na de komst van mijn oudste zoon in 2003 alleen maar minder geworden. Ik was de eerste sportster met de A-status in Nederland die zwanger werd en moest voor het behoud van de toelage van NOC*NSF een jaar na de bevalling een topacht notering halen op het WK Lange Afstand om die status te behouden. Achteraf gezien was dat te veel van het goede en in 2005 was ik helemaal op. Dat laatste jaar deed ik de wedstrijden puur op mijn adrenaline, maar had verder nergens anders meer energie voor. Ik had het altijd vreselijk koud en was te moe om in slaap te kunnen komen.”

Orthomoleculaire therapie
Eigenlijk heeft Van Dijk haar gehele triathlonloopbaan op het randje gezeten. “Ik ging vaak over mijn grenzen en was dan ook altijd vermoeid. Veel trainen, iets wat voor de lange afstand toch wel noodzakelijk is, ging niet. Vergeleken bij de trainingsuren van andere triatletes trainde ik echt als een recreant. Ik heb de beste trainers gehad, maar het was altijd balanceren.” Nog tijdens haar actieve loopbaan, zocht ze naar verklaringen in het reguliere medische circuit. Die vond Van Dijk, zelf opgeleid tot fysiotherapeute, niet. “Omdat ik de eerste periode nadat ik gestopt was te moe was om te werken, heb ik een studie opgepakt. Ik was tijdens het sporten al in contact gekomen met een orthomoleculair arts, maar dat was het destijds niet voor mij. Later hoorde ik over de PNI-therapie, een stroming binnen de orthomoleculaire therapie, en dat vond ik zo interessant dat ik zelf een opleiding ben gaan volgen. Puur uit interesse, om te kijken of ik zo van mijn vermoeidheid af kon komen.”

Orthomoleculaire therapie is een alternatieve behandelwijze die door een aantal zorgverzekeraars in de aanvullende verzekering (gedeeltelijk) wordt vergoed. Er wordt gebruik gemaakt van zogenoemde ‘optimale’ concentraties van voedingsstoffen zoals vitamines, mineralen, aminozuren en essentiële vetzuren. “Psycho-Neuro-Immuno-therapie is een geneeswijze die er van uitgaat dat er binnen de mens een wisselwerking is tussen alle organen in het lichaam; de psyche, het zenuwstelsel, het immuunsysteem en het hormoonsysteem”, legt Van Dijk uit. “Bij PNI-therapie wordt gezocht naar de oorzaak van het verminderde prestatievermogen van het lichaam, in plaats van alleen symptomen te bestrijden. Door deze oorzaken te verminderen of weg te nemen, kan het zelfgenezend vermogen van het lichaam aangezet worden tot een optimalere, gezonde situatie. Dit gebeurt vooral door aanpassing van voedings-, leef- en beweeggedrag en eventueel het gebruik van supplementen. In de orthomoleculaire geneeskunde werken we met aanvullende stoffen die het lichaam zonder schade kan gebruiken en verwerken; op natuurlijke basis dus. Deze stoffen zijn meestal vitamines, mineralen, sporenelementen, aminozuren, essentiële vetzuren of kruiden.”

Bloedsuikerschommelingen
Tijdens haar studie ontdekte Van Dijk wat er fout was gegaan tijdens haar sportloopbaan. “Toen ik nog sportte, was ik altijd helemaal afgetraind en kon ik eten wat ik wilde. Om op gewicht te blijven en voldoende energie te hebben, werd mij geadviseerd om nog meer koolhydraten zoals brood, pasta en ontbijtkoek te eten. Er was echter te weinig aandacht voor de bouwstoffen: eiwitten en de juiste vetten. Het idee was dat vet eten per definitie slecht was. Het kwam er op neer dat ik te veel brandstoffen (koolhydraten) en té weinig bouwstoffen zoals eiwitten en vetten at. Daardoor had ik last had van bloedsuikerschommelingen – tijdens mijn zwangerschap had ik zelfs zwangerschapsdiabetes – en dus vaak weinig energie. Het gebeurde regelmatig dat ik tijdens een duurloopje plotseling duizelig werd. Ik moest dan even gaan zitten om weer bij te komen.”

Het is kennis die ze graag had gehad tijdens haar sportcarrière. “Daarom heb ik ook zo’n drive om hiermee naar buiten te treden. Ik wil sporters ervoor behoeden dezelfde fouten te maken die ik vroeger heb gemaakt. Ik maak me vooral zorgen om jonge topsporters die tweemaal per dag trainen en dus veel sportdrankjes en gelletjes tot zich nemen. Het is echt heel belangrijk dat zij voor en na de trainingen de juiste voedingsstoffen binnen krijgen en zich niet blindstaren op de brandstoffen. Je kunt wel goede benzine in een auto stoppen, maar zonder de juiste oliesmering loopt de motor op lange termijn ook niet meer soepel.” Sinds februari heeft Van Dijk haar eigen praktijk in Amerongen. “Ik krijg mensen met allerlei klachten in mijn praktijk, ook topsporters. Omdat ze slecht herstellen, blessuregevoelig zijn, maag- en darmstoornissen, chronische infecties hebben of in een wedstrijd de man met de hamer altijd veel te vroeg tegenkomen.”

Gezonde basisvoeding
Op basis van een intakegesprek over de klachten, de medische historie, voedingsinname en de fysieke en geestelijke belasting en eventueel aanvullend bloed-, urine en/of darmonderzoek stelt Van Dijk een behandelplan op. “Ik gebruik hiervoor altijd voeding als basis. Ik denk dat veel (top)sporters te veel vertrouwen op het gebruik van supplementen, sommigen hebben zelfs een tas vol bij zich. Een gezonde basisvoeding met de juiste bouwstoffen is voor een sporter die veel van zijn lichaam vraagt veel belangrijker. Het zorgt ervoor dat het lichaam optimaal functioneert en presteert.”


Het belang van eiwitten voor sporters
Aminozuren zijn de bouwstenen van proteïnen (eiwitten) en spierweefsel. Er zijn twintig verschillende aminozuren, waarvan er acht via de voeding moeten worden opgenomen. Dit noemt men de essentiële aminozuren. De andere twaalf worden in het lichaam zelf gevormd, maar in bepaalde situaties zoals zware lichamelijke inspanningen en stresssituaties kan deze eigen voorziening tekort schieten. De aminozuren worden via de spijsvertering opgenomen in het bloed, naar de lever getransporteerd voor verdere verwerking en daarna door het bloed gedistribueerd naar alle weefsels van het lichaam voor de opbouw van de verschillende cellen. Aminozuren zoals iso-leucine, valine en leucine (ook wel BCAA’s genoemd), tryptofaan, taurine, arginine, lysine en proline zijn essentieel voor groei, herstel en instandhouding van huid, spieren, organen en botten. Alle lichamelijke processen die te maken hebben met energie, herstel, spier- en krachttoename, vetverlies, humeur en hersenfunctie zijn eveneens nauw verbonden met aminozuren.

Onvoldoende eiwitinname kan dus een belangrijke rol spelen bij chronische blessures aan spieren en pezen en steeds terugkerende infecties aan de luchtwegen of KNO-gebied. Ook het niet lekker in je vel zitten, niet goed kunnen ontspannen, het vaak koud hebben, slecht slapen en slecht herstel kunnen hiermee te maken hebben. Een gemiddelde duursporter heeft 1,4 gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht per dag nodig om te voorzien in bovenstaande functies. Een sporter van 70 kilo heeft dus bijna 100 gram nodig. Een ei bevat ongeveer 11 gram eiwitten, 100 gram vlees of vis gemiddeld 20 gram en 100 gram noten ongeveer 17 gram.

Mijn ervaring is dat alleen al door het eten van meer eiwitten veel klachten verminderen of zelfs verdwijnen. Zeker bij jonge sporters. Soms speelt echter een verminderde eiwitopname een rol bij verteringproblematiek (maag- en darmstoornissen) of kan de lever de eiwitten niet goed verwerken. Zo kan een overgevoeligheid voor bepaalde eiwitten (bijvoorbeeld koemelk en gluten) de eiwitopname beperken. Een gebrek aan cofactoren, zoals bijvoorbeeld vitamine B6, kan er toe bijdragen dat aminozuren niet goed worden gevormd in de lever. Dan zie je, ondanks een goed voedingspatroon, toch de symptomen van een eiwitgebrek. Die darm en lever moeten dan ook eerst in hun functie worden verbeterd. Let er bij de verhoging van je eiwitconsumptie echter op dat je wel voldoende basische voedingsmiddelen blijft consumeren. Eiwitrijke producten als vlees, vis, noten, kaas en eieren zijn sterk verzurend; er moeten daarnaast dan ook veel compenserende basische voeding zoals groenten en fruit worden genuttigd. Bovendien bevatten groenten en fruit ook veel essentiële aminozuren. Bananen, uien, knoflook, avocado en asperges zijn hiervan goede voorbeelden.

Dit artikel is eerder verschenen in Triathlon Sport, het magazine van de NTB