Gewichtsklassen in de triathlon- en duathlonsport?

Eind vorig jaar maakte de ITU bekend dat op het komende Werelkampioenschap Triathlon – dat op 21 en 22 juli in Edmonton (Canada) gehouden wordt – er voor het eerst ook aparte WK-klassementen zullen worden bijgehouden voor verschillende gewichtsklassen.

In de VS zijn aparte gewichtsklassen bij triathlons en duathlons al meer ingeburgerd. Onder de naam ‘Clydesdale’ (en ‘Athena’ bij de vrouwen) worden er aparte startseries gehouden voor grotere, forsere en zwaardere triatleten. Clydesdale is een beweging die zich bezig houdt met de promotie van gewichtsklassen in duursporten als hardlopen en triathlon. Iedereen die in de Clydesdale-klassementen wil meestrijden, wordt bij aanvang van de wedstrijd gewogen. Diegenen die te licht bevonden worden, worden terug verwezen naar de normale startgroepen.
Buiten de VS is het verschijnsel minder bekend, maar wint terrein. Zo was in het laatste nummer van ‘Triathlon Sport’ te lezen dat de organisatie van de Powerman Duathlon in Venray overweegt om op termijn gewichtsklassen in te voeren.

Op zich lijkt het aardig. Zwaardere, forsere en grotere (niet noodzakelijkerwijs dikkere) personen hebben nu eenmaal een achterstand ten opzichte van het ideaaltype van de atleet die immers lean and mean is, en zullen zich daar dus nooit serieus mee kunnen meten. Een analoge redenering is ook de grondslag van het onderscheid tussen man en vrouw in de klassementen, en de verschillende leeftijdscategorieën. Diverse andere sporten, zoals gewichtheffen en judo, kennen ook onderverdelingen in gewichtsklassen.

Als je echter wat verder over de kwestie doordenkt, dan is het toch allemaal niet zo logisch als het op het eerste gezicht lijkt. Er is een belangrijk en niet te verwaarlozen verschil: je sekse kun je in principe niet veranderen, je leeftijd ook niet. Je gewicht wel. Het kost wellicht moeite, en hele volksstammen zullen zelfs daarmee nooit het ideale atletenfiguur bereiken, maar het is wel een kenmerkend verschil.

En waar houdt het op? Krijgen we over een paar jaar extra categorieën voor de kleiner-dan-gemiddelde triatleten? Deze hebben ook een fysiek nadeel ten opzichte van het ‘ideaaltype atleet’, maar waarom is er dan niet tegelijkertijd een ‘pygmeeën-klassement’? Of – net als bij golf – werken met handicaps op basis van je mate van talent, lichaamsbouw, je genetische profiel?

Motieven
Een en ander doet mij afvragen wat de drijfveren zijn van de triatleten die zo graag in de Clydesdale-series willen starten. Een klein inkijkje daarin werd gegeven in een vrij recente discussie over Clydesdale in de Amerikaanse triathlon-discussiegroep op Usenet rec.sport.triathlon [update redactie: inmiddels extinct…]
In de discussie kreeg men daar vanuit de ‘Clydes’ – zoals de Clydesdale-atleten zichzelf betitelen – zelf niet echt een duidelijk antwoord op, afgezien van het argument dat ze lekker een eigen, rustige startgroep hebben en daarmee de hektiek van een massale zwemstart niet hoeven mee te maken. En diverse Clydes kicken ook wel een beetje op het feit dat ze eerste (of tweede, of derde) worden in hun klassement. Het in de gewone series mee starten ervaren ze als ‘anoniem meedoen’ omdat ze daar ergens in de middenmoot of zelfs nog lager finishen.

Maar of dat nu afdoende rechtvaardiging is voor een eigen klassement? Afgezien van de toppers doet immers iedereen ‘anoniem mee’, zwaargewicht, veertje, groot of klein. Het merendeel van de deelnemers heeft nooit enig zicht op een podiumplaats, een eremedaille, laat staan prijzengeld. Daar doen ze – we – het ook niet voor, de voldoening van het meedoen is een intrinsieke: het lekker sporten, jezelf meten met anderen, het finishen, de gerealiseerde tijd en/of de gemaakte klassering.

Als de enige voldoening moet komen uit het hoog finishen in een bepaalde categorie, dan is er denk ik toch iets serieus mis in je beleving van de sport. Nog afgezien van de vraag wat de waarde is van een eerste plaats in een bogus-categorie waarin je maar beperkte tegenstand hebt. Ik kan ook nog wel wat categorieën bedenken waarin ik steevast hoog eindig. Die van Voorburgers op een Trek2100-fiets. Of die van 36-jarige forensende beleidsmedewerkers. Maar of ik daar mijn voldoening bij het meedoen aan wedstrijden moet halen? Als het ooit zover komt dan stop ik acuut. Ik wil gewoon meedoen voor mijzelf. Meer zou ook niet nodig moeten zijn, voor niemand.

Om nog even terug te komen op de discussie in rec.sport.triathlon: deze werd geopend door een triatleet die aan het begin van het nieuwe triathlonseizoen verzuchtte “Niets past meer! Wat moet ik doen?”. Alleen was hij niet de feestdagen en de herstelperiode uitgekomen met enkele kilo’s meer, maar juist met (veel) minder. Iets waar vrijwel ieder ander blij mee zou zijn, maar deze persoon was teleurgesteld (!!) omdat zijn tri-outfits allemaal slobberden en omdat hij nu te licht was om nog mee te doen in de Clydesdale-klassementen en dus ‘met de gewone startseries’ mee moest gaan doen. De wereld op zijn kop, als je het mij vraagt. Wat dat aangaat zouden de ‘Clydes’ de adviezen van The Fat Triathlete – een triatleet die bepaald niet aan het ideaalbeeld voldoet, maar daar kennelijk vrede mee heeft – eens ter harte moeten nemen: “For all the super tri-guys out there. Be sure and thank me for making you look so fast”.