Freelance journalist Hans Janmaat (schrijversnaam Hans van Vinkeveen) was nog niet zo lang geleden kankerpatiënt, maar omarmt nu het leven. Op zijn zestigste meldde hij zich eind vorig jaar bij Triathlon Club Maastricht om triatleet te worden. Hij gaat meteen voor het allerhoogste: de Ironman Maastricht.

Ben je sportverslaafd?
Hoor je altijd een innerlijke stem die je bestraffend toespreekt als je een training verzuimt?
Sta je midden in de nacht op om te trainen?
Vergeet je je eigen verjaardag, maar weet je nog wel alle tussentijden van wedstrijden van de laatste jaren?
Laat je je door niets of niemand iets dicteren, behalve door je trainingsschema?
Ga je tijdens de bevalling van je vrouw even fitnessen?
Ben je constant aan jezelf aan het dokteren aan de hand van anatomische plaatjes?
Voel je je op rustdagen onrustig, bibberig en prikkelbaar?
Is kortom sporten je drug?

Je kunt je natuurlijk voor deze aandoening laten behandelen door een huisarts of psychiater te consulteren. Maar dat is niet nodig. Er bestaat immers een ideale opvang voor sportverslaafden: de triathlon. Gedrag dat door je directe omgeving als vreemd wordt ervaren, wordt binnen deze subcultuur normaal gevonden. Vergelijk het met carnaval. Eenmaal tussen soortgenoten ben je geen weirdo of buitenbeentje meer. Welkom bij de familie. Je voelt je meteen een ander mens.

Zo is het bij mij ook gegaan. Zelf raakte ik op latere leeftijd sportief het spoor bijster, voor de buitenwereld althans. Ook dat kan blijkbaar, ik waarschuw maar alvast. Een dag niet gesport is een dag niet geleefd. Voor mij kent mijn pas ontwikkelde verslaving vooral positieve kanten. Veel sporten helpt me bij het overwinnen van obstakels in het leven en het doorstaan van een zware ziekte. Maar eenmaal verslaafd betrap ik mezelf ook op de raarste besluiten. Zo moet ik even ontoerekeningsvatbaar zijn geweest toen ik me inschreef voor de Ironman Maastricht 2017. Sinds een goed doel, het Kankeronderzoekfonds Limburg, is gekoppeld aan mijn deelname is er geen weg meer terug.

Hoe dit gaat aflopen? Op de momenten dat ik bij zinnen ben, maak ik me toch wel zorgen. Oké, chronische PHPD (pijntje hier, pijntje daar) hoort erbij. En het zwemmen gaat boven verwachting. In een half jaar tijd van alleen maar kunnen drijven naar trainingen van meer dan 3 kilometer. Fietsen gaat, ondanks mijn zware bergfiets met bromfietswielen. Maar met het hardlopen, mijn specialisme, is het tobben. Mijn pijnlijke achillespees is zo ongeveer het middelpunt van mijn bestaan. Het geplande aantal kilometers looptraining is inmiddels meer dan gehalveerd.

Maar zie hier een groot voordeel van de triathlon: Je kunt jezelf ondanks blessures bijna onbeperkt blijven uitputten. Geen afkickverschijnselen dus vanwege verplichte rust. Je stapt gewoon over op een andere sport. Met een lopersknie kun je prima zwemmen. Het doet een beetje pijn maar hardlopen met een verrekte trapezius (schouderspier) gaat best. En als extraatje levert de combinatie van drie sporten het atletische lichaam op van een jonge bosgod(in).

Wel heb ik last van bijwerkingen, psychische wanen vooral. Zo dagdroom ik continu over de ideale race. Ook een eerste angstdroom is al langsgekomen. Ik werd verward wakker nadat ik tijdens de Ironman, na een onwaarschijnlijk snel zwemonderdeel, besef vergeten te zijn een fiets te regelen (ik heb inderdaad nog geen racefiets), waarop ik wanhopig maar vergeefs bij mensen in de buurt aanbel met de vraag of ik een fiets mag lenen. Maar voor de rest gaat het goed met me.


Het ongewisse avontuur van Hans Janmaat is te volgen op Facebook: Hans Road to Ironman. Zijn eerste column is te lezen in editie #7 van Transition Magazine.

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.