Het is begin oktober 2011 en Michel Besseling (42) komt met een ontevreden gevoel terug van de Ironman Hawaii. Het resultaat geeft hem niet de voldoening waar hij voor getraind heeft. Het is te laat om zich nog in te schrijven voor een najaarsmarathon, maar dan valt zijn oog op de Hel van Kasterlee, een zware cross Run-Bike-Run die elk jaar eind december wordt gehouden vlak over de grens in België. 15 km hardlopen, 105 km mountainbiken en dan nog eens 30 km hardlopen door natuurgebieden in de Kempen. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan het grotendeels onverharde parkoers loodzwaar worden. ‘Genieten van’ de natuur verandert dan gaandeweg in ‘strijden tegen’ de natuur. Michel houdt daar wel van. Het wordt mede door de kou en het natte parkoers flink afzien. Michel vindt echter dat je zulke wedstrijden minstens twee keer moet doen. De eerste keer om hem te beleven, een tweede keer om met de ervaring die is opgedaan voor een goed resultaat te gaan. Nadat hij in 2015 na het fietsen moet opgeven met hamstringproblemen volgt een jaar later een herkansing. Het wordt door gunstige weersomstandigheden een ‘Hel light’.

Ik doe inmiddels een jaar of twaalf aan triathlons, ben drie keer op Hawaii geweest. Het parkoers is saai, maar de sfeer is fantastisch. Toch bevredigt het volbrengen van een Ironman mij niet meer zoals voorheen. Ik zoek uitdaging in mijn wedstrijden, wil net weer een stapje verder gaan dan de ‘gewone’ Ironman. Die kan iedere goed getrainde atleet volbrengen. Dat geldt niet voor bijvoorbeeld de Embrunman, Altriman, AlpsMan Xtreme of Powerman Zofingen. Er zijn niet veel gekken die dat willen doen. Mij liggen dergelijke evenementen juist. De Hel van Kasterlee is ook zo’n wedstrijd, vergelijkbaar met de Powerman Zofingen, maar minder voorspelbaar door de weersomstandigheden. Het is geen wedstrijd die je zomaar even finisht. Vrouwen doen er maar weinig mee, juist vanwege die zwaarte.

Het is nog aardedonker als ik de auto zondagochtend vroeg vlakbij de start parkeer. Vanuit mijn woonplaats Amersfoort had ik in principe pas op de ochtend van de wedstrijd naar Kasterlee kunnen afreizen, het is maar anderhalf uur rijden, maar dit is wel zo relaxed. Je kan merken dat je bij een Belgische wedstrijd bent. Net als bij het populaire veldrijden is het aantal campers talrijk – een in Nederland ongewoon gezicht – en de sporthal is al lekker gevuld met sporters en toeschouwers. Toch ben ik te laat om mijn mountainbike op een gunstige plek neer te kunnen zetten. De fietsen mogen naar eigen inzicht in de met kunstlicht beschenen wisselzone naast de sporthal worden geplaatst en de beste posities zijn al weg. Een kleine tegenvaller.

De Hel van Kasterlee is vergelijkbaar met de Powerman Zofingen, maar minder voorspelbaar door de weersomstandigheden. Het is geen wedstrijd die je zomaar even finisht. Vrouwen doen er maar weinig mee, juist vanwege die zwaarte.

Het hoort bij het kleinschalige karakter van het evenement. Qua gemoedelijkheid lijkt het op een goed georganiseerde clubwedstrijd – je bent dan ook geen nummer zoals bij een Ironman – en de regels zijn wat losser dan bij andere evenementen. Coaches mogen bijvoorbeeld overal langs het parkoers voeding aanreiken en tijdens de race zie je tal van andere sporters op het wedstrijdparkoers die hun zondagse trainingsrondjes afwerken. Tegelijk ontbreekt het de deelnemers aan niets – er is voldoende voeding en er zijn warme douches en massages na afloop – terwijl het inschrijfgeld met 80 euro meer dan schappelijk is.

Tien Nederlanders
Zoals bij vrijwel elke Run-Bike-Run bestaat er bij de atleten totaal geen drang om al heel vroeg in het startvak te gaan staan en kent iedereen zijn of haar plek, ook met de iets meer dan 300 atleten die dit jaar van start gaan. Kom daar in een Ironman maar eens om. De deelnemers zijn voornamelijk Belgen. Het buitenlandse contingent bestaat uit tien Nederlanders en nog wat andere verdwaalde exoten. In tegenstelling tot in Nederland, wordt aan dit soort wedstrijden bij onze zuiderburen veel gewicht toegekend. Wereldkampioen Powerman Seppe Odeyn won de afgelopen vier jaar en staat een dag na het gala voor de verkiezing van Sportman van het Jaar in België, waarvoor hij tot de genomineerden behoorde, ook nu weer aan de start.

Om tien voor acht worden we langzaam naar de start gedirigeerd en kies ik een positie voorin; ik ben een goede loper. Opzwepende muziek en een dansende duivel voor de startlijn brengen atleten en toeschouwers in de stemming. Als dan om acht uur het startschot klinkt duiken we met z’n allen de nog donkere ochtend in. Vijf jaar eerder verbaasde ik me al over het tempo waarmee de eerste 15 kilometer lopen wordt aangevangen: Alsof het een 10 kilometer hardloopwedstrijd betreft. Nu is het niet anders. We lopen één grote, zo goed als vlakke ronde, grofweg verdeeld over 5 kilometer boerenweggetjes, 5 kilometer door het bos en 5 kilometer een beetje van beide.

Om de 5 kilometer staat een verzorgingspost met drinken, licht vast voedsel, opzwepende muziek en een straalkachel om je even een beetje te kunnen opwarmen. De straalkachel heeft ongeveer het zelfde aangename effect als ’s zomers met een graadje of 30 een bak met water over je heen gooien – lekker, maar het goede gevoel is ook zo weer weg. Ik heb me voorgenomen om tijdens het lopen redelijk voorin mee te doen, om dan tijdens het fietsen een mooi groepje te vinden in de kop van de wedstrijd. Helaas heeft mijn maag andere plannen voor vandaag. Blijkbaar is de pizza van de avond tevoren in de lokale pizzeria slecht gevallen. Uiteindelijk lukt het me toch nog rond de vijftiende plaats het lopen te beëindigen.

De fietsronde van 21 kilometer ligt er dit jaar supersnel bij en bestaat uit single tracks die door het bos glooien, boerenweggetjes, hobbelige bosweggetjes en de passage van een maisveld. Vooral op dit deel van het parkoers kunnen de omstandigheden van grote invloed zijn.

Droog en supersnel
In de wissel verlies ik echter al de nodige posities. Ik ben al niet zo’n goede wisselaar, maar door een wat mindere stoel in de sporthal moet ik extra meters lopen. De stoelen waar de fietsspullen liggen worden namelijk mede toegekend op basis van de prestaties een jaar eerder. Ik moet het er maar mee doen. De fietsronde van 21 kilometer ligt er dit jaar supersnel bij en bestaat uit single tracks die door het bos glooien, boerenweggetjes, hobbelige bosweggetjes en de passage van een maisveld. Vooral op dit deel van het parkoers kunnen de omstandigheden van grote invloed zijn. Dit jaar is het tussen de 5 en 10 graden Celsius en droog. Dat was in 2011 heel anders.

Toen lag het parkoers er door hevige regenval in de dagen voor de wedstrijd extreem nat bij. Slechts smalle strookjes aan de zijkanten van de paden waren nog enigszins begaanbaar; fietsen leek meer op manoeuvreren op een evenwichtsbalk – niet mijn sterkste punt. Dat ik iemand voor mij kopje onder in een grote plas modderig water zag duikelen hielp niet voor het zelfvertrouwen. Echt zwaar werd het in het maisveld, die het beste overwonnen kon worden door de fiets op de rug te nemen en soms tot de knieën wegzakkend door de modder te sleuren. Na zes uur ploeteren met de mountainbike bereikte ik uiteindelijk na bijna 9,5 uur de finish. De temperatuur was inmiddels gedaald tot het vriespunt en het was hard begonnen te sneeuwen. Meer dan de helft van het deelnemersveld bevond zich op dat moment nog op het parkoers. Ik wilde niet graag met ze ruilen.

Gelukkig is het dit jaar stukken ‘aangenamer’, want hoewel ik van zware wedstrijden hou, kan ik niet goed tegen de kou. Het is mijn zwakte. Ik vind op de mountainbike al snel een groep die flink doorrijdt, maar heb het in het begin moeilijk en kan mijn ritme niet vinden. Stayeren is toegestaan en dat komt mij goed uit op dit niet al te technische parkoers. Ik ben veel meer loper dan fietser en op de mountainbike zit ik sowieso niet veel: Tijdens de cross Run Bike Run in Reusel begin november en nog een stuk of drie trainingen, dat is het wel zo’n beetje. In België komen juist veel Run Bike Run atleten uit het amateurwielrennen, iets wat je in Nederland nauwelijks ziet. Dat is te merken. Naarmate de groep groeit, wordt er steeds meer gekoerst. Ik zak langzaam maar zeker almaar verder naar achteren en moet er na drie ronden keihard af. Dan blijkt op de open stukken dat er best wel een vieze wind staat. Bovendien geeft mijn maag nog steeds problemen. Door een constant opgeblazen gevoel lukt het me niet om mijn bidons met voeding helemaal leeg te drinken.

Tijdens het lopen mogen begeleiders meefietsen die er vooral zijn om als het donker begint te worden de atleten met hun fietslamp bij te schijnen. Maar ze kunnen natuurlijk ook voeding meenemen. Handig.

Praatjes onderweg
De laatste twee ronden rijd ik vrijwel alleen en ik ben blij als ik weer mag gaan lopen, twee ronden deze keer. Dat ligt me toch een stuk beter. Ik kan me herpakken en begin al snel weer atleten in te halen. Tijdens het lopen mogen begeleiders meefietsen die er vooral zijn om als het donker begint te worden de atleten met hun fietslamp bij te schijnen. Maar ze kunnen natuurlijk ook voeding meenemen. Handig. Aanvankelijk zou ik door niemand worden vergezeld, maar clubgenote Yvonne Troost die ook zou meedoen heeft zich geblesseerd moeten afmelden en ondersteunt me nu als coach. Gezellig. Ik hou wel van een praatje onderweg al kan ik de Vlamingen onderweg vaak maar moeilijk verstaan.

Begeleid door de enthousiaste speaker bereik ik na 7.12.14 uur wedstrijd de finish, ruim twee uur sneller dan vijf jaar geleden. Zoveel kunnen de omstandigheden dus uitmaken. Seppe Odeyn is ruim een uur sneller en wint in een nieuw wedstrijdrecord (6.08.37 uur) voor het vijfde jaar op rij. Winnares Miek Vyncke duikt als eerste vrouw onder de acht uur. Met mijn 28ste plaats ben ik weer een ervaring en een medaille rijker. Ik ben er tevreden mee, al had er misschien meer ingezeten als ik geen maagproblemen had gehad. Het gaat nu eenmaal niet altijd zoals je wilt en het was ook maar een tussendoortje voor me. Wat me vooral bijblijft is dat ik weer een leuke sportdag heb gehad.

Vijf jaar geleden eindigde ik – heel cliché – in de friterie. Dit jaar rij ik snel naar huis om eten klaar te maken voor mijn zoon, die alleen thuis is. De prijsuitreiking die om acht uur ’s avonds begint mis ik dus. Dan worden ook de finisher t-shirts uitgereikt. Mij wordt deze op speciaal verzoek van clubgenote Yvonne later nagestuurd. Een mooie geste van een organisatie van toch wel een bijzondere wedstrijd.


Dit artikel verscheen tevens in Transition Magazine #7 (februari 2017)

3 reacties

  1. frans torfs

    mooi relaas van onze super wedstrijd – het is een gevecht van atleet tegen de natuur in een mooie omgeving – bedankt Michel – en van harte welkom in 2017 voor onze 16 de editie .

    Beantwoorden
  2. Jack van der Steeg

    Enorm leuk stukje, Roel dat jij hebt geschreven. Je creeert hier een heel mooi beeld van wat het betekent om de hel van Kasterlee te volbrengen. Ik heb er reeds eerder kennis meegemaakt doordat Seppe Odeyn ons regelmatig informeert met zijn wedstrijdverslagen. Wat een enorme prestatie alleen al om deze duurslag te volbrengen. Ik zal dit stuk delen met onze FB pagina volgers om een paar nederlanders meer, aan de start te krijgen. Groet, Jack van der Steeg

    Beantwoorden

Laat een antwoord achter

Je e-mail adres wordt niet gepubliceerd.